26 maart 2026
In het Drentse Ansen, een dorp dat omringd wordt door weilanden en zonneparken, liep de energietransitie vast op een probleem dat in heel Nederland herkenbaar is: het middenspanningsnet zat aan zijn grens. Twee zonneparken leveren er al stroom, een derde staat op de planning, maar de kabels die het dorp verbinden met het regionale net tientallen kilometers verderop kunnen de pieken niet meer aan. Waar het verzwaren van een laagspanningsnet binnen enkele maanden kan, duurt het bij een middenspanningsnet al snel vijf tot tien jaar. Voor Ansen betekende dat: wachten. En wachten is precies wat niemand in de energietransitie zich kan veroorloven.
Vanuit die urgentie ontstond NO-GIZMOS, een Topsector Energie-project, waarin Entrance samen met Enexis, iWell, CGI, EnergieKansen en de TU Eindhoven op zoek ging naar een alternatief. Niet door te kijken naar dikkere kabels, maar door te onderzoeken wat er gebeurt als je de oplossing juist aan de voorkant zoekt: bij de huishoudens zelf.
In Ansen werd een energiegemeenschap gesimuleerd van 47 huishoudens die hun opwek en opslag gezamenlijk organiseren. Het dorp werd zo een levend laboratorium waarin Entrance onderzocht hoe slim aangestuurde thuisbatterijen kunnen bijdragen aan het ontlasten van het regionale net. De vraag was simpel, maar de impact potentieel groot: kan het laagspanningsnet, het domein van huishoudens en kleine bedrijven, helpen om problemen op het middenspanningsnet te verlichten?
De eerste resultaten verrasten zelfs de onderzoekers. Negen thuisbatterijen, gekoppeld via een centraal softwareplatform, bleken in staat om de piekbelasting op het middenspanningsnet met 3,5 tot 6 procent te verlagen. Dat lijkt misschien bescheiden, maar voor een netbeheerder is dit het verschil tussen een knelpunt en ruimte voor nieuwe aansluitingen. Bovendien daalde de variatie in transformatorbelasting met 27 procent, en steeg het gebruik van eigen zonne-energie in het dorp met 20 tot 30 procent. Zonnepanelen vielen minder vaak uit, en er ging minder duurzame energie verloren.
Wat vooral opviel, was hoe weinig ingrijpen er nodig was. Slechts één procent van de tijd werd een batterij specifiek ingezet om een piek op verzoek van de netbeheerder te verlagen. De rest van de tijd draaiden de systemen op basis van wat gunstig was voor bewoners: energie opslaan wanneer de zon schijnt en terugleveren wanneer dat financieel en technisch het meest logisch is. Dat deze individuele keuzes, mits slim gecoördineerd, effect hebben op een netvlak hoger in de keten, laat volgens Entrance zien dat de energietransitie niet alleen draait om grote infrastructuur, maar ook om collectieve intelligentie op buurtniveau.
De pilot in Ansen is uitgevoerd met slechts negen batterijen. Nu de salderingsregeling wordt afgebouwd, verwachten de onderzoekers dat steeds meer huishoudens een thuisbatterij zullen aanschaffen. Als deze batterijen op vergelijkbare wijze worden ingezet, primair voor eigen gebruik, maar met af en toe een ondersteunende rol voor het net, kan dit volgens Entrance en Enexis een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van netcongestie in Nederland.
NO-GIZMOS laat zien dat de oplossing voor een groot nationaal probleem soms begint in een klein dorp. Niet met nieuwe kabels, maar met een gemeenschap die haar energie slim organiseert. En met onderzoek dat aantoont dat de toekomst van het net misschien wel dichter bij huis ligt dan gedacht.