Wel of geen waterstof in huis? De lessen van vier Nederlandse proefprojecten

5 november 2026

Waterstof werd jarenlang gezien als een veelbelovende vervanger van aardgas voor de verwarming van woningen. Vier Nederlandse proefprojecten onderzochten of dit technisch, economisch en maatschappelijk haalbaar is. De opgedane kennis is waardevol, maar de conclusie wordt steeds duidelijker: voor de meeste Nederlandse woningen is waterstof geen verstandige keuze. Niet omdat de technologie niet werkt, maar omdat betere, goedkopere en efficiëntere alternatieven beschikbaar zijn.

Door: Leo Heijne & Wim Elving, Entrance, Hanze

Van veelbelovende oplossing naar kritische heroverweging

Nog maar enkele jaren geleden leek waterstof een aantrekkelijke oplossing voor een van de grootste uitdagingen van de energietransitie: het aardgasvrij maken van miljoenen woningen. Nederland beschikt immers over een uitgebreid aardgasnetwerk dat geschikt kan worden gemaakt voor waterstof. Bestaande cv-ketels kunnen worden vervangen door waterstofketels, zonder dat alle woningen ingrijpend hoeven te worden verbouwd. Vooral voor oudere woningen leek dat perspectief aantrekkelijk (Kiwa Technology, 2018; TNO, 2020; Van Wijk & Hellinga, 2021).

In Lochem, Wagenborgen, Stad aan ’t Haringvliet en Hoogeveen werden daarom proefprojecten ontwikkeld. De betrokken gemeenten, netbeheerders, bedrijven, kennisinstellingen en bewoners wilden ontdekken of waterstof een volwaardig alternatief voor aardgas kon worden. De resultaten zijn leerzaam. De techniek blijkt onder de juiste omstandigheden te functioneren. Bestaande gasleidingen kunnen worden aangepast, waterstofketels kunnen woningen comfortabel verwarmen en veilige toepassing is mogelijk wanneer aan de noodzakelijke voorwaarden wordt voldaan (RVO, 2024; Kiwa Technology, 2015, 2018).

Maar de belangrijkste vraag is inmiddels veranderd. Het gaat niet langer om de vraag of we woningen met waterstof kunnen verwarmen, maar of we dat ook zouden moeten willen.

En daarop luidt het antwoord voor verreweg de meeste woningen: nee.

Drukbezochte informatie avond waterstofwijk Hoogeveen, 14 mei 2019

Waarom waterstof het aflegt tegen de warmtepomp

Het belangrijkste bezwaar tegen waterstof als warmtebron is de energie-efficiëntie. Groene waterstof wordt geproduceerd door met hernieuwbare elektriciteit water te splitsen in waterstof en zuurstof. Dat proces kost energie. Vervolgens moet waterstof worden gecomprimeerd, opgeslagen, getransporteerd en uiteindelijk in een cv-ketel weer worden omgezet in warmte. Bij iedere stap treden verliezen op.

Een elektrische warmtepomp is aanzienlijk efficiënter dan verwarming met groene waterstof. Een warmtepomp levert met 1 kWh elektriciteit ongeveer 4 kWh warmte op (een rendement van 400%). Bij verwarming met groene waterstof gaat juist veel energie verloren doordat elektriciteit eerst wordt omgezet in waterstof, die vervolgens in een cv-ketel wordt verbrand. Van iedere 1 kWh duurzaam opgewekte elektriciteit blijft uiteindelijk ongeveer 0,6 kWh bruikbare warmte over (een ketenrendement van 60%). Volgens CE Delft (2020) is verwarming met een warmtepomp daarmee 6 tot 7 keer efficiënter. Anders gezegd: om dezelfde woning te verwarmen, is bij gebruik van groene waterstof 6 tot 7 keer zoveel duurzame elektriciteit nodig.

Jan Rosenow (2022), recent keynote spreker op Wind Meets Gas (2027) in de Martinikerk in Groningen, analyseerde 32 onafhankelijke studies naar de rol van waterstof bij woningverwarming. Geen van deze studies leverde overtuigend bewijs dat grootschalige toepassing van waterstof voor woningverwarming aantrekkelijker zou zijn dan beschikbare alternatieven. De combinatie van hoge kosten, energieverliezen en concurrerende toepassingen maakt waterstof voor de meeste huishoudens ongunstig. Dit is geen detail. Nederland heeft grote hoeveelheden duurzame elektriciteit nodig om industrie, mobiliteit en gebouwen te verduurzamen. Die elektriciteit zo efficiënt mogelijk gebruiken is essentieel.

Daar komt bij dat groene waterstof voorlopig schaars en kostbaar blijft. Voor sectoren zoals de staalindustrie, chemie, scheepvaart en delen van de luchtvaart zijn de alternatieven voor fossiele brandstoffen aanzienlijk beperkter. Juist daar kan waterstof een belangrijke bijdrage leveren (PBL, 2024, 2025; Fraunhofer ISI, 2022; Liebreich, 2023). De vraag is daarom niet alleen wat technisch mogelijk is, maar ook waar de inzet van schaarse duurzame energie de grootste maatschappelijke waarde oplevert.

Vier proefprojecten, vier waardevolle lessen

De vier Nederlandse proefprojecten hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het beantwoorden van deze vraag. Zij onderzochten niet alleen de technologie, maar ook veiligheid, wetgeving, infrastructuur, kosten en maatschappelijke acceptatie. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bracht deze leerervaringen in 2024 uitgebreid in kaart.

Lochem: de techniek werkt, vooral interessant bij bijzondere woningen

In de wijk Berkeloord in Lochem werden twaalf monumentale woningen tussen 2022 en 2025 verwarmd met waterstof. De proef toonde aan dat bestaande gasleidingen geschikt kunnen worden gemaakt voor waterstoftransport en dat bewoners hun verwarmingscomfort kunnen behouden. Ook werd kennis opgedaan over de opleiding van installateurs en veiligheidsprocedures. De pilot werd volgens planning afgerond. Maar technisch succes betekent nog geen economisch perspectief voor grootschalige toepassing. De beschikbaarheid en prijs van groene waterstof blijven wezenlijke belemmeringen. Lochem laat tegelijkertijd zien waarom waterstof in uitzonderlijke situaties, zoals moeilijk te isoleren monumentale panden, nader onderzoek verdient (Alliander, 2024; Alliander, z.d.).

Wagenborgen: een hybride oplossing in de praktijk

In Wagenborgen zijn 33 huurwoningen uit de jaren zeventig uitgerust met een combinatie van een hybride warmtepomp en een waterstofketel. De warmtepomp levert een groot deel van de warmte; de waterstofketel kan bijspringen wanneer extra vermogen nodig is. Het project laat zien dat waterstof technisch gecombineerd kan worden met elektrificatie. Tegelijkertijd bevestigt het dat de economische haalbaarheid sterk afhankelijk is van de toekomstige prijs en beschikbaarheid van waterstof. De meerjarige pilot levert bovendien waardevolle informatie op over veiligheid, comfort, infrastructuur en langdurig gebruik (Enexis Netbeheer, 2024; RVO, 2024).

Stad aan ’t Haringvliet: draagvlak is noodzakelijk, maar niet voldoende

In Stad aan ’t Haringvliet ontstond een ambitieus plan om een complete dorpskern van aardgas naar groene waterstof over te laten stappen. Het initiatief onderscheidt zich door de sterke betrokkenheid van inwoners. Een grote meerderheid sprak zich positief uit, onder voorwaarden rondom veiligheid, betaalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid. Daarmee laat het project zien dat bewoners bereid kunnen zijn een nieuwe technologie te omarmen wanneer zij daadwerkelijk invloed hebben op de besluitvorming. Toch blijft financiering een grote uitdaging. Ondanks nieuwe publieke bijdragen en verdere technische ontwikkelingen is grootschalige realisatie afhankelijk van aanzienlijke investeringen en subsidies (Van Hulst, 2024; Gemeente Goeree-Overflakkee, 2025). De les is belangrijk: maatschappelijk draagvlak kan een project mogelijk maken, maar neemt de economische en energetische beperkingen van de gekozen technologie niet weg.

Hoogeveen: een ambitieus project met belangrijke wetenschappelijke opbrengsten

De Waterstofwijk Hoogeveen verdient bijzondere aandacht vanwege onze eigen betrokkenheid. Vanaf 2018 werd gewerkt aan plannen om eerst nieuwbouwwoningen in Nijstad-Oost en vervolgens bestaande woningen in Erflanden op waterstof aan te sluiten. Het project bracht partijen uit de volledige waterstofketen samen en leverde kennis op over productie, opslag, distributie, regelgeving en het gebruik van waterstofketels. Ook werd onderzocht hoe bestaande woonwijken technisch en organisatorisch konden overstappen op een andere energiedrager (Projectconsortium Waterstofwijk Hoogeveen, 2020). Entrance en Hanze waren bij dit project betrokken, onder andere met technisch onderzoek en onderzoek naar het draagvlak onder bewoners. Dat laatste bleek minstens zo belangrijk als de technische vraagstukken.

Tiny house Waterstofwijk Hoogeveen

Uit ons onderzoek kwam naar voren dat veel bewoners de energietransitie steunden, maar tegelijkertijd twijfels hadden over de betaalbaarheid, leveringszekerheid en uitvoering. In een eerder onderzoek stond ongeveer zestig procent positief tegenover de plannen, terwijl een aanzienlijke groep twijfelde of bezwaren had (Meeuwissen, 2019; Entrance, 2021). Daarnaast ontstond discussie over de keuze voor waterstof in Erflanden. De relatief moderne en behoorlijk geïsoleerde woningen zouden waarschijnlijk ook met elektrische warmtepompen verwarmd kunnen worden. Verschillende onderzoekers plaatsten daarom vraagtekens bij de maatschappelijke en economische wenselijkheid van de gekozen route (Brinck ten, 2020, 2023; Van der Groep, 2020; Hazenberg, 2021).

Op 28 oktober 2026 besloten de gemeente Hoogeveen en de projectpartners de pilot definitief te beëindigen. De directe aanleiding was dat het systeem om waterstof van een herkenbare geur te voorzien onvoldoende functioneerde. Daardoor kon het waterstofsysteem niet tijdig veilig en betrouwbaar worden ingezet zonder de woningbouw in Nijstad-Oost te vertragen. Ook negen bestaande woningen in Erflanden worden niet meer omgebouwd naar waterstof (Gemeente Hoogeveen, 2026). Dat besluit is teleurstellend voor de betrokken partijen en bewoners. Tegelijkertijd is het project vanuit onderzoeks- en innovatieperspectief zeker niet zonder resultaat gebleven.

Juist Hoogeveen heeft duidelijk gemaakt hoe groot de afstand kan zijn tussen technische mogelijkheden, maatschappelijke acceptatie en daadwerkelijke implementatie. De ervaringen met regelgeving, veiligheid, bewonerscommunicatie en samenwerking zijn waardevol voor toekomstige energieprojecten, ook wanneer daarin andere technologieën worden toegepast.

De maatschappelijke kosten van een technologische keuze

De vier projecten benadrukken dat de beoordeling van nieuwe energietechnologie verder moet gaan dan de technische haalbaarheid. Bij een eerlijke vergelijking moeten ook de totale maatschappelijke kosten worden meegenomen: productie, infrastructuur, onderhoud, energieverliezen, subsidies en de financiële gevolgen voor bewoners. Uit verschillende analyses blijkt dat waterstof voor woningverwarming op deze punten meestal ongunstiger scoort dan warmtepompen en, waar passend, warmtenetten (CE Delft, 2020; PBL, 2020; Rosenow, 2022).

Ook vanuit communicatie- en gedragsperspectief zijn belangrijke lessen te trekken. Mede op ons initiatief is er door de gemeente Hoogeveen een bewonersraad gevormd van bewoners uit de wijk de Erflanden. Deze bewonersraad was een klankbord voor de projectgroep, zij konden een eigen projectleider aanstellen. Bewoners beoordelen nieuwe energiesystemen niet uitsluitend op duurzaamheid. Zij willen weten wat de overstap voor hun woning, energierekening, comfort en dagelijkse leven betekent. Vertrouwen in de betrokken organisaties en transparantie over onzekerheden zijn daarbij bepalend (Entrance, 2021; Rekker et al., 2024). Participatie is daarom meer dan het verkrijgen van instemming. Bewoners moeten ook daadwerkelijk kunnen meewegen of een voorgestelde technologie voor hun situatie de beste oplossing is. Een aanvullend risico is dat het blijven presenteren van waterstof als breed toepasbaar toekomstalternatief noodzakelijke verduurzamingsmaatregelen vertraagt. Wanneer huishoudens en beleidsmakers wachten op een mogelijke toekomstige waterstofvoorziening, kunnen investeringen in isolatie, warmtepompen en andere beschikbare oplossingen worden uitgesteld (Rosenow, 2022).

Zijn er dan helemaal geen uitzonderingen?

Waterstof hoeft niet volledig uit beeld te verdwijnen. Er kunnen specifieke situaties bestaan waarin elektrische verwarming of een warmtenet technisch bijzonder ingewikkeld of economisch ongunstig is. Denk aan monumentale gebouwen met beperkte isolatiemogelijkheden, historische binnensteden of bijzondere afgelegen locaties.

Maar ook daar is waterstof niet automatisch de beste oplossing. Monumentale panden kunnen soms met aangepaste warmtepompen of andere warmteconcepten worden verduurzaamd. Waterstof is alleen een serieuze optie wanneer een integrale vergelijking aantoont dat andere oplossingen minder geschikt zijn én duurzame waterstof betaalbaar en betrouwbaar beschikbaar is. De uitzondering mag geen argument worden om waterstof alsnog als algemene oplossing voor woningverwarming te presenteren.

In het geactualiseerde Nationaal Plan Energiesysteem is in 2026 de verwachte rol van groene waterstof naar beneden bijgesteld. Door hoge kosten, een trage marktontwikkeling en een lagere industriële vraag vóór 2040 wordt waterstof gerichter ingezet. Waterstof blijft echter essentieel voor de raffinage, chemie, duurzame brandstoffen en industriële processen met hoge temperaturen. Voor verwarming, lage-temperatuurwarmte en het meeste wegvervoer heeft elektrificatie de voorkeur. Het kabinet richt zich voorlopig niet op een grote rol voor waterstof in de elektriciteitsproductie. Tegelijk blijft opschaling nodig, met als doel 3-4 GW elektrolysecapaciteit rond 2035, ondersteund door transport- en opslaginfrastructuur. (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2026; TNO, 2026).

Een succesvolle energietransitie vraagt om keuzes

De belangrijkste opbrengst van de Nederlandse waterstofproeven is misschien wel dat we beter weten waar waterstof níét moet worden ingezet. De projecten in Lochem, Wagenborgen, Stad aan ’t Haringvliet en Hoogeveen waren noodzakelijk om praktijkkennis te ontwikkelen, technische onzekerheden te verkleinen en inzicht te krijgen in maatschappelijke randvoorwaarden. Zonder deze projecten zouden veel aannames over waterstof voor woningverwarming nog altijd onvoldoende getoetst zijn.

Wetenschappelijk onderzoek en innovatie zijn immers niet alleen succesvol wanneer een nieuwe technologie grootschalig wordt toegepast. Ook het vaststellen van beperkingen, het ontdekken van betere alternatieven en het voorkomen van verkeerde investeringskeuzes zijn waardevolle onderzoeksresultaten. De inzichten uit de afgelopen jaren wijzen steeds nadrukkelijker in dezelfde richting: voor de verduurzaming van de meeste Nederlandse woningen verdienen isolatie, elektrische warmtepompen en geschikte warmtenetten de voorkeur. Groene waterstof is daarvoor te schaars, te duur en energetisch te inefficiënt.

De vier waterstofproeven waren dus geen verspilde moeite. Ze hebben ons geholpen een belangrijk onderscheid te maken tussen wat technisch kan en wat maatschappelijk verstandig is. Waterstof heeft een toekomst in de energietransitie. Maar voor de meeste Nederlandse woningen ligt die toekomst niet achter de voordeur.

Literatuur

Alliander. (2024). Lochem H₂: Evaluatie van het waterstofpilotproject in de gebouwde omgeving.

Alliander. (z.d.). Lochem verwarmd met waterstof. https://www.alliander.com/wat-we-doen/bouwen-en-beheren/een-aardgasvrije-toekomst/waterstofpilot-lochem

Brinck ten, H. (2020). Kritische beschouwing Waterstofwijk Hoogeveen.

Brinck ten, H. (2023). Waterstof in de Erflanden: Analyse van kosten en alternatieven.

CE Delft. (2020). De rol van waterstof in de gebouwde omgeving.

Enexis Netbeheer. (2024). Evaluatie Waterstofwijk Wagenborgen.

Entrance (2026). Waterstofwijk Hoogeveen https://www.entrance.eu/kennis/projecten/waterstofwijk-hoogeveen/

Fraunhofer Institute for Systems and Innovation Research. (2022). Wasserstoff in der Energiewende: Anwendungen und Prioritäten für den Einsatz von grünem Wasserstoff.

Gemeente Goeree-Overflakkee. (2025). Bijdrage van 6 miljoen voor demonstratieproject Stad Aardgasvrij. https://www.goeree-overflakkee.nl/bijdrage-van-6-miljoen-voor-demonstratieproject-stad-aardgasvrij

Gemeente Hoogeveen. (2026, 28 oktober). De pilot Waterstofwijk Hoogeveen stopt, woningbouw Nijstad-Oost gaat door. https://www.hoogeveen.nl/nieuwsoverzicht/artikel/de-pilot-waterstofwijk-hoogeveen-stopt-woningbouw-nijstad-oost-gaat-door/

Hanze Groningen. (2021). Acceptatieonderzoek Waterstofwijk Erflanden: Resultaten van een bewonersenquête. Geraadpleegd op 15 oktober 2026 van https://research.hanze.nl/ws/portalfiles/portal/34882351/HANZE_20_0635_Publieksvriendelijke_versie_Waterstofwijk_Gewijzigde_Herdruk.pdf

Hazenberg, J. (2021). Maatschappelijke kosten-batenanalyse Waterstofwijk Hoogeveen.

Hydrogen Council. (2020). Path to hydrogen competitiveness: A cost perspective. https://hydrogencouncil.com/en/path-to-hydrogen-competitiveness-a-cost-perspective/

Instituut Fysieke Veiligheid. (2020). Handreiking waterstof in woonomgevingen.

Kiwa Technology. (2015). Veiligheidsaspecten van waterstof in de gebouwde omgeving.

Kiwa Technology. (2018). Waterstof als energiedrager in bestaande gasinfrastructuren.

Kiwa Technology. (2020). Opslag van energie in batterijen en waterstof: Een kostenvergelijking.

Liebreich, M. (2023). The Clean Hydrogen Ladder (Version 5.0). https://liebreich.com/hydrogen-ladder-version-5-0/

Meeuwissen, M. (2019). Draagvlakonderzoek Waterstofwijk Hoogeveen.

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. (2020). Kabinetsvisie waterstof (Kamerstuk 32 813, nr. 485). Rijksoverheid.

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. (2026). Nationaal Plan Energiesysteem: Actualisatie 2026.

Natuur & Milieu. (2020). De waterstofladder.

Nationaal Waterstof Programma. (2022). Routekaart waterstof.

Planbureau voor de Leefomgeving. (2020). Waterstof voor de gebouwde omgeving: Kosten en perspectieven.

Planbureau voor de Leefomgeving. (2024). Productie, import, transport en opslag van waterstof in Nederland. https://www.pbl.nl/publicaties/productie-import-transport-en-opslag-van-waterstof-in-nederland

Planbureau voor de Leefomgeving. (2025). Trajectverkenning klimaatneutraal 2050.

Projectconsortium Waterstofwijk Hoogeveen. (2020). Demonstratieproject Waterstofwijk Hoogeveen: Eindrapport.

Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. (2018). Warm aanbevolen: CO₂-arme warmte in de gebouwde omgeving. https://www.rli.nl/publicaties/2018/advies/warm-aanbevolen

Rekker, R., Homan, M., Brunsting, S., & Van der Voort, M. (2024). Public preferences for hydrogen and electricity as alternatives to natural gas in Dutch households.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. (2024). Pilotprojecten waterstof in de gebouwde omgeving: Leerervaringen. https://www.rvo.nl/sites/default/files/2024-04/Pilotprojecten_waterstof_in_de_gebouwde_omgeving.pdf

Rosenow, J. (2022). Is heating homes with hydrogen all but a pipe dream? An evidence review. Joule, 6(10), 2225–2228. https://doi.org/10.1016/j.joule.2022.08.015

Squarewise. (2019). Groene waterstof voor de gebouwde omgeving: Potentie en beperkingen.

Stedin. (2020). Waterstof in de gebouwde omgeving: Working paper.

TKI Nieuw Gas. (2020). Onderzoeksprogramma waterstof in de gebouwde omgeving.

TNO. (2020). Waterstof in de gebouwde omgeving: Kansen, barrières en randvoorwaarden.

TNO, Arcadis en Berenschot. (2026) Update volumestudie waterstofdragers. Van der Groep, W. (2020). Kanttekeningen bij de toepassing van waterstof voor woningverwarming.

Van Hulst, R. (2024). Toekomstperspectief voor het waterstofproject Stad aan ’t Haringvliet.

Van Wijk, A. J. M., & Wouters, F. (2021). Hydrogen—The bridge between Africa and Europe. In M. P. C. Weijnen & Z. Lukszo (Eds.), Shaping an inclusive energy transition (pp. 91–119). Springer. https://doi.org/10.1007/978-3-030-74586-8_5

Van Wijk, A., & Hellinga, C. (2021). De mogelijkheden voor waterstof in de gebouwde omgeving. TU Delft.

Waterstoflab. (2021). De rol van waterstof in de gebouwde omgeving.

Wind meets Gas, 2026. https://www.newenergycoalition.org/en/events/wind-meets-gas-2026/